LogoZumpke02
Cursus klompenmaken mail1602

Een bijdrage van Theo ter Horst
InKLO001 Oktober 1976 werd in Enter voor het eerst een cursus klompenmaker georganiseerd. Dit initiatief werd genomen door de heer H. Pluimers (Mans van`n AB van Gediene oet`n Diek) om zo een verdwijnend ambacht nieuw leven  in te roepen. Deze had de hulp ingeroepen van een aantal heren klompenmakers (professoren) om de daadwerkelijke lessen te geven. In eerste instantie begon de cursus onder leiding van de heren J.W ten Hove  (Klitsen-Jan Wil`m ) en F. Heering (Fraans van Fraans).

De eerste cursus (en tevens mijn eerste cursus) vond plaats in Oktober 1976 op een zaterdagochtend om 8 uur. De cursus was aanvankelijk ondergebracht in de werkplaats van de aannemersbedrijf Ten Brinke uit Enter  (hoek Rijssensestraat/Disselweg) en vervolgens in de boerdrij van "BuisJan", het huidige klompenmuseum.

De eerste lessen stonden in het teken van het maken van de basisbenodigdheden, zoals een hakpaal, snijpaal een praam (waar de klompen in uitgeboord moesten worden). Bovendien moest het gereedschap geheel worden  opgeknapt, hetgeen al een vak op zich is. Het op de cursus aanwezige gereedschap had jaren onbeschermd op zolder of in de schuur van de klompenmakers gelegen en was in de loop der tijd behoorlijk door roest  aangetast. Toen alle basismaterialen en gereedschappen klaar waren kon het echte werk beginnen en kwamen de leerling-klompenmakers er al snel achter dat een klomp (of beter een paar klompen) maken een heel karwei is.

De modellen, waar op geoefend werd, waren de typische Twentse klompen. De mannenklomp heeft een brede punt en de punt van het vrouwenmodel is iets smaller. De leerlingen waren niet de enigen die les kregen, ook de "professor"-klompenmakers kregen les. Zij waren dan wel goede klompenmakers, maar zij waren geen leraren en hadden toch elk hun eigen manier van klompenmaken of hun klompen hadden specifieke (de klompenmaker eigen) kenmerken, waardoor het klompenmaken er voor de leerlingen niet gemakkelijker, maar wel veel interessanter door werd. Bovendien waren deze klompenmakers al ruim 70 of zelfs meer dan 80 jaar oud en wisten nog boeiend te verhalen over de "goede oude tijd".

Aan het eind van het eerste cursusjaar werd een oorkonde aan de leerling-klompenmakers uitgereikt door Ane Lieuwen, de toenmalige burgemeester van Enter (Gemeente Wierden). Tevens werd aan het einde van de eerste cursus duidelijk, dat 1 jaar les bij lange na niet voldoende was om het ambacht  volledig onder de knie te krijgen. Verder was het klompenmaken te leuk voor leerling-klompenmakers, maar ook voor de "professoren" om er na 1 jaar al mee te stoppen. Dus werden er vervolgcursussen georganiseerd.

Omdat de cursus in relatief korte tijd zo populair was geworden, moest de hulp van extra "professoren" worden ingeroepen, en wel W. Getkate (Foeter Will'm), J. Heering (Fraans Jaan) en H.M. Morsink (Soels  Herman). Helaas is geen van hen meer in leven, maar het is wel hun verdienste, dat veel kennis, ervaring en vakmanschap is overgedragen aan een aantal mensen, die weten hoe in vroeger tijden de klompen werden vervaardigd en die dit ook in de praktijk kunnen toepassen.

Jaarlijks wordt er een cursus klompen maken georganiseerd door de Stichting Oudheidkamer. Onder leiding van ervaren klompenmakers wordt dit oude ambacht onderwezen.

KLO00102

Kloven: In de gezaagde blokken populierenhout worden 2 kloofbeitels in elkaars verlengde in het hout geslagen. Vervolgens worden de beitels verder door het blok gedreven totdat het  splijt. Door de helften nogmaals te splijten kunnen er 4 klompen uit een blok worden gehaald.

KLO004

Snijden: Met het snijmes wordt de definitieve vorm aan de klomp gegeven.

KLO006

Boren: Het uitboren moet zorgvuldig gebeuren met vlijmscherp gereedschap. De lepelboor wordt met een wetsteen gescherpt.

KLO009

Maatgeving: Tijdens de bewerking moet de maatgeving af en toe worden gecontroleerd; de meetlat geeft de juiste voetmaat aan.

KLO002 KLO003

Ruw vormen: Het door kloven verkregen blok wordt zodanig bewerkt, dat een ruwe klompvorm wordt gekregen.

Vervolg vormen: Door verder hakken wordt de vorm enigszins verfijnd.

KLO005 KLO010

Snijden: Deze detailopname laat goed zien hoe, door het afsnijden van dunne spanen, de klomp zijn uitwendige vorm nadert.

KLO007

Boren: Met de lepelboor worden de 2 klompen uitgeboord. Er is veel ervaring nodig om ook de voetvorm links en rechts passend voor de voet te krijgen.

KLO011

Afwerken: Met een trekmes worden de klompen verder afgewerkt. Hierna kunnen ze eventueel nog worden geschuurd en gelakt of van snijfiguurtjes worden voorzien.

Vormcontrole: Het paar bij elkaar horende klompen wordt gecontroleerd op gelijkvormigheid.

KLO008

Boren: Met een wig zijn de klompen in de snijbok vastgezet.

KLO012

Modellen: De “neus” geeft het type van de klomp aan; dit is de Twentse vrouwenklomp.

KLO013 KLO014 PB250032

Modellen:  Een stoere vorm met een platte brede neus; de Twentse mannenklomp

 Een neus als een Canadese kano.
     Dit model noemt men de Rijssense of ook wel Münsterse klomp.

Een paar klompen naar eigen ontwerp.

[Welkom] [Publicaties] [Nieuws] [Info] [Musea] [Evenementen] [Cursus klompen] [Geschiedenis] [Genealogie] [Bijnamen] [Fotoarchief] [Links]